woensdag 15 januari 2014

Voorbedachte raad in het kort



Opzet op een bepaalde (verboden) handeling en/of op een bepaald (verboden) gevolg veronderstelt dat de persoon in kwestie de handeling ‘willens en wetens’ heeft verricht en/of het gevolg willens en wetens heeft veroorzaakt.

Voorbedachte raad heeft betrekking op de wijze waarop het opzet tot stand komt. Voorbedachte raad houdt in: ‘na kalm en rustig beraad’.

De vraag of er al dan niet sprake is van voorbedachte raad is van wezenlijk belang, omdat dat het verschil kan maken tussen een tijdelijke gevangenisstraf of levenslang (iemand opzettelijk en met voorbedachten raad van het leven beroven levert moord op; als de voorbedachte raad ontbreekt: doodslag)

De afgelopen jaren heeft de Hoge Raad de criteria waaraan moet worden voldaan om van voorbedachte raad te kunnen spreken, aangescherpt.

Werd voorheen altijd veel gewicht toegekend aan bepaalde indicaties van voorbedachte raad, tegenwoordig benadrukt de Hoger Raad dat die indicaties op zichzelf niet altijd (meer) doorslaggevend zijn.

Anders gezegd:

Dat een verdachte voldoende tijd heeft gehad om na te denken voordat hij tot zijn daad overging (voorheen een bijna doorslaggevende aanwijzing van voorbedachte raad), wil nog niet zeggen dat hij ook daadwerkelijk rustig heeft nagedacht over (de consequenties van) zijn daad.

Dat er enige tijd zit tussen zijn beslissing en zijn daad wil nog niet zeggen dat de verdachte ook daadwerkelijk gebruik heeft gemaakt van de tussenliggende tijd en de gelegenheid om zich nog eens te bezinnen.

Dat er geen sprake was van een ‘onmiddellijke gemoedsopwelling’ wil nog niet zeggen dat de verdachte ‘dus’ koelbloedig zijn besluit ten uitvoer heeft gelegd, zich koelbloedig heeft beraden en zich koelbloedig rekenschap heeft gegeven van de draagwijdte van zijn daad.

Wel zullen dergelijke ‘veruiterlijkte’ omstandigheden nog steeds (evenals voorheen) de belangrijkste aanwijzingen vormen voor voorbedachte raad. Het hangt van de (weging van) deze gezamenlijke indicaties en contra-indicaties af of  – gelet op alle omstandigheden van het geval en de persoon van de verdachte – de voorbedachte raad inderdaad mag worden aangenomen.
Daarbij wordt niet (langer) op voorhand aan de ene indicatie of contra-indicatie meer gewicht toegekend dan aan andere indicaties of contra-indicaties.

Vgl. ook de indicaties en contra-indicaties in het kader van het vaststellen van het strafrechtelijk relevante causale verband.

Mogelijke indicaties:

-          Er was voldoende tijdsverloop tussen het besluit en de uitvoering van het besluit om zich te kunnen beraden en zich rekenschap te geven van de gevolgen van de daad;
-          Een eerder genomen besluit werd koelbloedig ten uitvoer gelegd;
-          Er zijn aanwijzingen dat de verdachte berekenend te werk is gegaan;
-          Er bleek niet van hevige gemoedsbewegingen;
-          Etc.

Mogelijke contra-indicaties:

-          De korte tijdspanne tussen het besluit en de daad;
-          Een ogenblikkelijke sterke gemoedsbeweging of -opwelling;
-          Een gedurende langere tijd voortdurende drift die aan een kalme afweging in de weg moet hebben gestaan;
-          Aanwijzingen van een hevige verwarring van gevoelens;
-          De verdachte werd meegesleurd door driften;
-          Etc.

Vooral als de voorbedachte raad niet overduidelijk blijkt uit de verklaringen van verdachte en getuigen en uit andere bewijsmiddelen (en/of  als de rechter ter zake afwijkt van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt van de verdachte of het OM ) worden strenge eisen gesteld aan de motivering van de beslissing dat er sprake zou zijn van voorbedachte raad.
Ook voor de voorbedachte raad geldt dat voorkomen moet worden dat de voorbedachte raad ‘normatief wordt toegerekend’ in plaats van ‘objectiveerbaar vastgesteld’ aan de hand van (in de motivering aangetoonde) ‘veruiterlijkte’ omstandigheden. Immers, de voorbedachte raad is een factor van betekenis voor de strafwaardigheid van het delict en niet andersom.

Zie enkele uitspraken van de Hoge raad ter zake:
ECLI:NL:HR:2012:BR2342
ECLI:NL:HR:2013:963
ECLI:NL:HR:2013:582

1 opmerking:

  1. Is het zo dat je ook van voorbedachte raad kan spreken als een verdacht met opzet zijn misdrijf pleegt met een rechtvaardigingsgrond ? Als men besluit om alleen een misdrijf te plegen als er sprake is van ulitimum remedium, wettelijk voorschrift of ambtsbevel ?

    Denk aan het toedienen van gif wat men alleen doet als de arts zegt niet anders te kunnen, men een wettelijk voorschrift gebruikt om een rechtvaardigingsgrond te veronderstellen of de burgemeester opdracht laat geven tot een RM waarbij men gif toedient ?

    Dit zijn gevallen waarbij men het misdrijf pleegt op een manier waarbij men denkt dat de rechter geen straf of schuld kan toekennen.

    reactie word zeer gewaardeerd ;]

    Bart Thate

    BeantwoordenVerwijderen