maandag 17 december 2012

Pesten (flitscolumn)


Pesten is al van oudsher een groot maatschappelijk probleem. Vooral onder jongeren, maar ook op het werk. En met de ‘social media op zak’, wordt het er bepaald niet beter op.

De ‘pers’ benadert me wel eens met de vraag of er strafrechtelijk iets tegen te doen is. En dan moet ik eerlijk bekennen: weinig. Tegen pesten is eigenlijk geen strafrechtelijk kruid gewassen.
Pesten – of in meer algemene zin: geestelijke mishandeling – is als zodanig niet strafbaar. En daar zal voorlopig ook wel geen verandering in komen. In de eerste plaats omdat pesten moeilijk strafrechtelijk is te definiëren. Maar dan nog: stel dát het al mogelijk zou zijn pesten in een delictsomschrijving te vatten. Dan zouden zich in de tweede plaats zoveel bewijsproblemen voordoen (zoals het vaststellen van het vereiste opzet) en/of problemen met het vaststellen van de verwijtbaarheid, dat de wetgever zich wel twee maal zou bedenken voordat hij daar zijn vingers aan brandt.

Toch bevredigt dat alles niet.
Pesten, treiteren komt vaak harder aan - en brengt voor het slachtoffer vaak ernstiger gevolgen met zich mee - dan bijvoorbeeld een flinke tik (eenvoudige mishandeling).
Daar komt bij dat men het er in brede kring over eens is dat pesten moet worden aangepakt en zoveel mogelijk moet worden uitgebannen.
Moeten we het strafbaar stellen van pesten, om daarmee de afkeurenswaardigheid daarvan krachtig tot uitdrukking te brengen, dan wel laten afhangen van een definitiekwestie of van mogelijke bewijsproblemen of andere strafprocesrechtelijke beren op de weg?
Of moeten we wellicht toch maar aanvaarden dat pesten nu eenmaal bij het gewone leven hoort?

Dat laatste brengt wel een zeker risico met zich mee. Daarmee zouden we in feite aanvaarden dat de ‘sterkste’ ook het ‘sterkste’ recht heeft: het recht van de sterkste. In onze samenleving hebben we dat uitgangspunt, althans een ‘barbaarse’ uitleg van het begrip ‘sterkste’, al lang afgezworen. Of toch nog niet helemaal?
Wat te denken van bijvoorbeeld Nietzsche, die naastenliefde, barmhartigheid, rechtvaardigheid en andere tekenen van beschaving (vrij vertaald) beschouwde als tekenen van zwakte. Als een uiting van haat en afgunst van de ‘zwakkere’ ten opzichte van de ‘sterkere’.

Als we daar anders over denken, en we dergelijke ‘deugden’ liever willen zien als de belangrijkste voorwaarden om een beetje prettig met elkaar te kunnen samenleven, wordt het dan niet eens tijd om ook strafrechtelijke instrumenten (proberen) te ontwikkelen om pesten en geestelijke mishandeling aan te pakken. Al is het alleen maar om daarmee aan te tonen dat we het probleem (ook strafrechtelijk) serieus nemen?

Tot het zover is, zullen we het, om pesten strafrechtelijk te kunnen bestrijden en af te straffen, moeten doen met (het oprekken van) bestaande strafbepalingen. Dat zijn vooral de zgn. ‘uitings- en verspreidingsdelicten’, die natuurlijk ook van toepassing zijn op verspreiding via social media.
Het zijn in deze sfeer meestal ook ‘klachtdelicten’, dat wil zeggen dat voor vervolging nodig is dat het slachtoffer daartoe een klacht indient.

Het betreft strafbare feiten zoals:

Stalking of belaging (art. 285b Sr):
Het wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk maken op eens anders persoonlijke levenssfeer met het oogmerk die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden, dan wel vrees aan te jagen
wordt gestraft met (…)

Eenvoudige belediging (art. 266 Sr):
Elke eenvoudige belediging (…)
hetzij in het openbaar mondeling of bij geschrift of afbeelding (dus ook via internet),
hetzij iemand in zijn aanwezigheid
-          mondeling
-          door feitelijkheden,
-          dan wel door een toegezonden of aangeboden geschrift of afbeelding
aangedaan,
wordt gestraft met (…).

Smaad (art. 261 Sr)
Hij die opzettelijk iemands eer of goede naam aanrandt, door hem van een bepaald feit te beschuldigen, met het doel om daaraan ruchtbaarheid te geven,
wordt gestraft met (…).

Laster (art. 262 Sr
Als iemand zich schuldig maakt aan ‘smaad’ (het vorige artikel: art. 261 Sr), terwijl hij weet dat het feit waarvan hij de ander beschuldigt, in strijd is met de waarheid,
wordt gestraft met (…)

Aanzetten tot haat/discriminatie (art. 137d)
Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding (dus ook via internet)
-          aanzet tot haat
-          aanzet tot discriminatie
-          aanzet tot gewelddadig optreden
tegen een persoon of tegen goederen van die persoon
-          wegens ras
-          wegens godsdienst
-          wegens levensovertuiging
-          wegens geslacht
-          wegens hetero- of homoseksuele geaardheid
-          wegens lichamelijke, psychische of verstandelijke hadicap
wordt gestraft met (…)

Openbaar maken van uitlatingen die aanzetten tot haat en discriminatie (art. 137e Sr)
Hij die, anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving, uitlatingen als bedoeld in het vorige artikel (art. 137d Sr) openbaar maakt (terwijl hij beter had moeten weten),
wordt gestraft met (…).

Opruiing (art. 131 Sr)
Hij die in het openbaar (mondeling of bij geschrift of afbeelding) tot enig strafbaar feit (of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag) opruit
wordt gestraft met (…).

Dwang (chantage) (art. 284 Sr)
Hij die een ander
-          door geweld
-          door enige andere feitelijkheid
-          door bedreiging met geweld
-          door bedreiging met enige andere feitelijkheid
(dat alles: hetzij gericht tegen die ander, hetzij tegen een derde)
-          door bedreiging met smaad
de ander dwingt iets te doen, niet te doen, of te dulden
wordt bestraft met (…)


Bedreiging (art. 285 Sr)
Bedreiging 
-          met openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen
-          (…)
-          met verkrachting
-          met feitelijke aanranding van de eerbaarheid
-          met enig misdrijf tegen het leven gericht
-          met gijzeling
-          met zware mishandeling
-          met brandstichting
wordt gestraft met (…)

Het is in zeer uitzonderlijke gevallen zelfs denkbaar dat 'iemand de dood injagen' (door pesterijen, geestelijke mishandeling) 'dood door schuld' oplevert (art. 307 Sr). 
Ook zou in sommige uitzonderlijke gevallen 'zwaar lichamelijk letsel door schuld' (art. 308 Sr) tot de mogelijkheden behoren.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten